Met lichaamsbeweging brengt u niet alleen uw lijf in conditie, maar ook uw brein. Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar bewegings-wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, legt uit hoe dat werkt.

Hoe zorgt een actieve levensstijl niet alleen voor een goed lichaam, maar ook voor de verbetering van cognitieve functies?

“De zenuwbanen die een rol spelen bij cognitie, dus bij geheugen, intelligentie, zelfreflectie en empathie, zijn dezelfde als bij het motorische circuit. Ze doen dus allebei een beroep op dezelfde neurale systemen in het brein. Bewegen zorgt voor een betere doorbloeding van het brein en dus worden, naast de conditie, ook het leervermogen en geheugen beter. Daarnaast zorgt de frontale lob voor initiatief en motivatie. Is de lob inactief, wanneer u de hele dag amper iets gedaan hebt, dan heeft u ook weinig zin meer om te sporten.”

Bedoelt u met bewegen topsport of wandelen?

“Bewegen in het algemeen: actief lopen, traplopen, fietsen. En met een beetje inspanning hè. Het hart moet aan het werk, want dat stimuleert de doorbloeding van de hersenen en dus ook de cognitieve functies. Het liefst minimaal een half uur per dag bewegen. Dat kan zijn door op de fiets naar uw werk te gaan, maar ook naar de sportschool. Als u op de loopband in de sportschool rent, bent u lichamelijk actief. Maar als u door het centrum van een stad hardloopt, moet u stoep op, stoep af en voetgangers ontwijken. Dat is een combinatie van lichamelijke en cognitieve inspanning. Van beide systemen vraagt u een extra bijdrage.”

In een college zegt u dat 75 procent van de verpleeghuisbewoners en 90 procent van de bewoners in een verzorgingshuis dat half uurtje bewegen maar twee keer per jaar haalt. Wat voor consequenties heeft dat voor hun brein?

“Ouderen in verpleeghuizen zijn uitermate kwetsbaar. We kunnen niet verlangen dat ze zelf uit hun bed of stoel springen. Maar juist voor hen is het belangrijk om actief te bewegen. Als bewoners fitter worden, zakt hun zorgzwaarte. Een actief beleid voor ouderen is een oplossing, maar helaas investeren weinig zorginstellingen hierin. Het kost geld om kwetsbare ouderen actief te houden, denk aan het organiseren van activiteiten en fysiotherapie. Zorginstellingen krijgen nu eenmaal meer geld en steun als ze iemand in bed laten liggen. Maar als iemand drie maanden lang geen prikkels krijgt, blijft er weinig meer over van de conditie, eetlust, maar ook niet van de stoel waar hij of zij de hele dag op zit. Dit soort passiviteit heeft enorme consequenties voor hun cognitieve functioneren. Daar maak ik me zorgen om.”

Heeft een actieve jeugd invloed op gezond ouder worden?

“Ja, het is bewezen dat er minder dementie voorkomt bij ouderen als ze in hun jeugd fysiek actief zijn geweest. In de eerste 25 tot 30 levensjaren ontwikkelt de prefrontale cortex zich en bouwt u een cognitieve reserve op. Mensen met een lage reserve, die hun hele leven rustig aan hebben gedaan, zijn op latere leeftijd vatbaarder voor ziektes als dementie dan mensen met een hoge reserve, die vaker de weg van de meeste weerstand hebben gekozen.”

Kan de schade nog worden ingehaald als je een lui leven hebt gehad?

“Het is nooit te laat om actief te worden. Juist mensen die jaren inactief zijn geweest kunnen qua brein en gezondheid veel winst halen door te beginnen met bewegen.”

Wat kunnen we naast bewegen nog meer doen om ons brein te stimuleren?

“Ongeacht uw leeftijd moet u zichzelf afvragen: hoeveel doe ik mijn best nog per dag? Niet alleen fysieke inspanning is belangrijk, juist ook cognitieve inspanning is wat de hersenen nodig hebben. We moeten meer nadenken. Want wie weet er nog 06-nummers uit zijn hoofd? En tegenwoordig zet iedereen de navigatie al aan voor een ritje naar Eindhoven. Los een dilemma eens op door erover na te denken, in plaats van direct het antwoord op internet te zoeken. Blijf puzzelen en zoek de uitdaging op. Als u gewend bent aan vijf sterren kruiswoordpuzzels, doe dan niet die van drie sterren. Je wordt ervoor beloond. Blijf ook die irritante buurman of collega koesteren. Die verplicht u namelijk om na te denken: hoe ga ik vandaag met hem om? Een prima training voor uw frontale lob.”