Kijkoperaties, in medisch jargon laparoscopie, zijn bij veel aandoeningen inmiddels een gangbare chirurgische techniek. Het opereren van alvleesklierkanker werd tot voor kort echter te complex geacht voor laparoscopie. Maar dat is verleden tijd. Inmiddels voeren de Amsterdamse partnerziekenhuizen OLVG en het AMC deze operaties, via kleine sneetjes in de buik, met regelmaat uit.

„Laparoscopische chirurgie pasten we al jaren toe bij bijvoorbeeld galstenen en dikkedarmtumoren. Laparoscopie bij de kop van de alvleesklier was de laatste horde in het buikgebied. Het is namelijk een zeer complexe operatie, omdat de alvleesklier helemaal achter in de buik ligt en omgeven is door grote bloedvaten. Maar het is ook complex omdat er drie nieuwe verbindingen moeten worden gelegd met de dunne darm. Dat is in een open operatie al zeer ingewikkeld”, legt maag-, darm- en leverchirurg Sebastiaan Festen van het OLVG uit.

Op 25 april 2014 voerden Festen en zijn collega Michael Gerhards in het OLVG de eerste zogeheten laparoscopische Whipple in Nederland uit. Inmiddels opereerden Gerhards en Festen tien patiënten op deze manier, een kwart van het totaal. Het AMC voerde de operatie sindsdien zeven keer uit onder leiding van hepato-pancreato-biliair chirurgen Marc Besselink en Olivier Busch. Het AMC en het OLVG werken nauw samen bij de ontwikkeling van deze ingreep, in het Gastro-Intestinaal Oncologisch Centrum Amsterdam (GIOCA).

Bij een Whipple-operatie worden de galblaas, de twaalfvingerige darm, de kop van de alvleesklier waar de tumor zit, een deel van de galwegen, de lymfeklieren rondom het operatiegebied en de maagportier of pylorus verwijderd. In plaats van een grote buiksnede doen de chirurgen deze complexe operatie nu via enkele kleine sneetjes.

In plaats van een grote buiksnede doen de chirurgen deze complexe Whipple-operatie nu via enkele kleine sneetjes.
In plaats van een grote buiksnede doen de chirurgen deze complexe
Whipple-operatie nu via enkele kleine sneetjes.

Kijkoperaties vinden plaats in speciale operatiekamers, de zogenoemde ‘endosuites’. Deze OK’s zijn voldoende uitgerust om laparoscopische operaties aan de alvleesklier uit te voeren. „Dat betekent dat er geen grote investeringen nodig waren in apparatuur”, zegt Gerhards. Desondanks is een laparoscopische operatie flink duurder dan een ‘open’ operatie. Want in tegenstelling tot traditionele operaties zijn er bij laparoscopie altijd twee chirurgen aanwezig. Ook duurt een laparoscopische operatie ongeveer twee keer zo lang als een traditionele open operatie. „Maar patiënten liggen na de operatie gemiddeld wel minder lang in het ziekenhuis. De kosten verdien je dus terug”, zegt Besselink. „Daar komt bij”, zegt collega Gerhards, “dat wij de operatie nu al een uur sneller kunnen doen dan voorheen. En in de toekomst zal het nog wel sneller kunnen.”

In 2007 luidde de Inspectie voor de Gezondheidszorg de noodklok over de wildgroei aan laparoscopische operaties in Nederland. Er zou te weinig oog zijn voor de risico’s en de kwaliteit van operaties liet hier en daar te wensen over. „Dat is acht jaar geleden. Het was een belangrijk signaal en de ziekenhuizen en opleidingen hebben het goed opgepakt”, zegt Gerhards. Het OLVG en het AMC leveren nu hun bijdrage aan de kwaliteitsborging door een eigen opleiding voor ruim twintig chirurgen en het opzetten van een zeer uitgebreide database met alle Whipple-operaties in Nederland. De chirurgen zelf hebben voor hun scholing onder meer operaties bijgewoond van hepato-pancreato-biliair chirurg Baki Topal in Leuven, die al ruim vijftig laparoscopische Whipple-operaties op zijn naam heeft staan. „Wij hebben al het predicaat Europees centre of excellence gekregen”, zegt Besselink.

De chirurgen verwachten dat in de toekomst ongeveer de helft van de patiënten met alvleesklierkanker in aanmerking komt voor de laparoscopische behandeling. Maar staan de chirurgen dan nog wel zelf boven de patiënt, of wordt het fysieke werk overgenomen door robotarmen, zoals nu al vaak gebeurt bij bijvoorbeeld prostaatoperaties? Festen: „Bij het verwijderen van een prostaat is de meerwaarde van de robot geaccepteerd, maar bij de alvleesklier ligt dat wel wat anders. Toch zal over een jaar of tien de robot hier ook vast en zeker zijn intrede gedaan hebben. „De kwaliteit van de operatie blijft hetzelfde, maar het is voor de chirurg ergonomisch minder belastend.”

Tekst: Tijdo van der Zee