Het is niet alleen makkelijker en verser, het is ook nog eens veel lekkerder: een eigen kruidentuin bij je ziekenhuis. Het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg maakt er sinds vorig jaar gebruik van. Nieuwste toevoeging aan de tuin zijn 15 bijenkorven waarvan de honing uiteraard gebruikt wordt in maaltijden in het ziekenhuis.

Op stukje eigen grond aan de achterzijde van de locatie St. Elisabeth worden allerlei soorten kruiden gekweekt: van bieslook en tijm, tot viooltjes voor een mooie versiering op de gerechten. Het idee is afkomstig van een van de koks van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, vertelt teamleider voeding Will van der Heijden. “Hij is altijd al gepassioneerd bezig met kruiden, hier maar ook thuis. Hij nam enkele stekjes van thuis mee en creëerde achter het ziekenhuis de kruidentuin.”

Elke ochtend maakt een van de koks de gang naar de kruidentuin en knipt de kruiden voor dagelijkse bereiding van de maaltijden. Van der Heijden: “We trekken verse bouillon van de kruiden en garneren onze maaltijden met peterselie uit eigen tuin en niet uit een zakje. Lekker eten dat met zorg bereid is, veraangenaamt het ziekenhuisverblijf. Voeding speelt bovendien een steeds belangrijkere rol bij het voorkomen van ziekten en bij het herstel tijdens de ziekteperiode.”

Daar zijn eind vorig jaar 15 bijenkorven bijgekomen. Van der Heijden: “De imkervereniging in Tilburg vroeg ons of zij enkele korven konden neerzetten in onze tuin. Dat is natuurlijk een win-win situatie, want het helpt bij de voortplanting van de planten, het is goed voor de bijen en het levert heerlijke honing op. Die gebruiken we natuurlijk ook in onze maaltijden én we verkopen het in de brasserie van het ziekenhuis voor bezoekers.”
En het blijkt aan te slaan. Allereerst bij de cliënten in het ziekenhuis, want uit een onlangs gehouden enquête onder ziekenhuispatiënten blijkt dat zij de maaltijden een hoog cijfer geven: een 8,2. Maar het wekt ook interesse op bij andere zorginstellingen, vertelt Van der Heijden. “We geven regelmatig rondleidingen door onze tuin voor koks van andere instellingen.”

Tekst: Harmen Weijer