De meeste zorginstellingen maken inmiddels gebruik van een elektronisch patiëntendossier (EPD). GGZ-instellingen liepen daarin voorop, maar lopen nu tegen de beperkingen aan van de destijds ontworpen systemen, zoals overvol en minder overzichtelijk. Overstappen is niet aan de orde, want dat is te duur of men krijgt meer van hetzelfde. Mogelijke oplossing: een meer modulair opgebouwd EPD met open standaarden.

Bart Groothuis van M&I/Partners doet samen met zijn collega Joren Roelofs al zes jaar kostenbenchmarks voor ICT in de GGZ. Uit de benchmark van 2014 komen de beperkingen van het huidige EPD duidelijk naar voren. „Destijds werden de EPD’s opgezet analoog aan de papieren dossiers”, vertelt Groothuis. „Dus met de bijbehorende tabbladen voor allerlei functies. Maar net als papieren dossiers wordt het EPD naarmate de jaren vorderen dikker en dikker en daarmee niet overzichtelijker.”

Daar komt bij dat GGZ-instellingen elk eigen processen en structuren hebben en hun EPD daarop aangepast willen zien. „Daardoor krijgt de softwareleverancier veel verzoeken tot aanpassingen en maatwerk voor rapporten, schermen en soms zelf complete modules. Dat kost veel tijd en geld.”

Tijd en geld die steeds meer gestoken moeten worden in het aanpassen van procedures en software, omdat de GGZ jaarlijks te maken heeft met nieuwe wet- en regelgeving, zegt Groothuis. „Dat gaat ten koste van de aandacht en het budget om bijvoorbeeld voor een ander EPD te kiezen. Als instellingen dat al willen en kunnen, want overstappen kost veel moeite en geld. Alleen al het omscholen van de duizenden gebruikers van het EPD in de GGZ kost handenvol werk. Bovendien zitten veel GGZ-instellingen vast aan hun huidige contracten.”

Lego-blokjes
GGZ-instellingen kunnen niet gemakkelijk uit deze impasse komen, zegt Groothuis, maar er gloort wel licht aan het einde van de tunnel. „GGZ-instellingen en hun ICT-leveranciers kunnen wellicht kiezen voor open standaarden, die aangevuld kunnen worden met kleine, specifieke modules. Je zou bijvoorbeeld voor de back office nog gebruik kunnen maken van het huidige administratieve deel van het EPD, en voor de front-office van een nieuwe, app-achtige omgeving voor kleine modules.”

Daardoor hoeven zowel GGZ-instellingen als leveranciers geen enorme bedragen te steken in op maat gemaakte EPD’s, maar kunnen ze die inrichten naar eigen wensen. „Dit vereist wel dat die apps eenvoudig zijn te koppelen aan elkaar én aan het oude EPD. Om standaardkoppelingen te ontwikkelen – te vergelijken met Lego-steentjes – zijn inspanningen van alle marktpartijen noodzakelijk”, aldus Groothuis.

Tekst: Harmen Weijer