Ouderen kiezen er steeds vaker voor om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen

Hoe kunnen zij zichzelf van alle gemakken voorzien? “Een robot kan straks contact leggen met hulp van buitenaf.” Van alle 65-plussers in Nederland woont 95% nog thuis. Omgerekend zijn dat bijna 2,8 miljoen mensen. Dat blijkt uit de gezondheidsenquête van het CBS. Tweederde van hen ervaart geen beperkingen in het dagelijks leven. De groep die wel moeite heeft met zelfstandig wonen heeft voornamelijk problemen met traplopen en het doen van zwaar huishoudelijk werk.

Technische mogelijkheden

Ouderen blijven inderdaad langer zelfstandig thuis wonen, zegt Wanda Kruijt. Zij is projectleider van Langer Zelfstandig Thuis Wonen van de Stichting Kien, een samenwerkingsverband om innovatie in de elektrotechniek te stimuleren. “Natuurlijk moeten ouderen letten op goed werkende rook- en brandmelders, drempelloze doorgangen, goede verlichting bij de voordeur, een toilet op dezelfde verdieping als de slaapkamer, een goede internetverbinding en een automatische gasafsluiter.” Maar met alle nieuwe kennis en technische mogelijkheden wordt het langer thuis wonen nog veel makkelijker. Kruijt: “Steeds vaker bieden artsen medisch consult via de televisie of computer en maken ouderen gebruik van een personenalarmering, waarmee ze direct hulp kunnen inroepen van een familielied of arts. Een medicatiedispenser geeft bovendien op het moment dat iemand medicatie moet innemen een signaal en speciale sensoren op de kraan of koelkast geven aan of iemand nog wel voldoende eet en drinkt. Maar denk ook aan een gps-systeem dat mensen met dementie kan lokaliseren of sensoren in de badkamer die kunnen registreren of een bewoner vaker naar het toilet gaat dan normaal, iets wat kan wijzen op een blaasontsteking. En heel praktisch: simpele huisautomatisering, zoals het gemakkelijk op afstand kunnen bedienen van verlichting, gordijnen, ramen en deuren.”

Een hoop technische mogelijkheden dus. Ontwikkelen die zich in de toekomst nog verder? Kruijt: “Zeker weten. De komende jaren wordt er nog veel meer mogelijk. Er komen steeds vaker ‘onzichtbare hulpjes’ op de markt, die kunnen signaleren, patronen herkennen en waarschuwen als er iets mis is. Dit signaal kan zowel naar de bewoner zelf als naar zijn of haar mantelzorger of begeleider gaan.” Daarnaast worden er robots ontwikkeld die zich naar de persoon in kwestie kunnen bewegen, de situatie in kaart kunnen brengen en contact kunnen leggen met hulp van buitenaf, aldus Kruijt. “Misschien kunnen deze robots op den duur wel simpele handelingen verrichten die op dat moment nodig zijn. Maar goed, dan praten we natuurlijk wel echt over de toekomst. In elk geval zijn het positieve ontwikkelingen, want ouderen willen graag thuis blijven wonen.”

Beroep op de gemeente

Daarnaast stimuleert ook de overheid goede woonvoorzieningen voor ouderen. Zo kunnen ouderen een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die begin dit jaar is ingevoerd. Hierbij regelt de gemeente taken die geen medisch karakter hebben, zoals aanpassingen in de woning (traplift of verhoogd toilet), vervoer in de regio, huishoudelijke hulp, een rolstoel, dagbesteding, individuele begeleiding en maaltijdverzorging. 

Ook de bouw van extra seniorenwoningen, tot 2021 zijn dat er jaarlijks 44.000, moet ervoor zorgen dat meer ouderen zelfstandig kunnen wonen. Bij deze huizen is zorg op afroep beschikbaar, zijn geen trappen aanwezig en is het makkelijker om mantelzorgwoningen bij de seniorenwoningen te plaatsen. Vanwege de economische crisis is er echter minder nieuwbouw en worden vooral bestaande woningen aangepast.