Steeds meer revalidatiehotels openen hun deuren in Nederland. Wat zijn de voordelen hiervan? “Ik herstel hier een stuk sneller.”

Al sinds half januari verblijft Johan Boom (77) uit Vlieland in revalidatiehotel Topaz Revitel in Leiden. “Ik heb last van ernstig krachtverlies in mijn bovenbenen en klapte begin dit jaar door mijn knie toen ik een auto uitstapte. Gevolg: een gebroken been. Mijn behandelend arts in het LUMC stelde een verblijf in een revalidatiehotel voor.” Een goede oplossing, vindt Boom. “Hier krijg ik twee keer per dag fysiotherapie en zijn alle apparatuur en kennis binnen handbereik. Het revalideren gaat daardoor een stuk sneller. Daarnaast doe ik maandelijks mee aan een medisch onderzoek in het LUMC en dat is letterlijk naast de deur.”

Betere kwaliteit

Net als Boom zijn er in Nederland veel meer ouderen die gebruikmaken van een revalidatiehotel, weet Wilco Achterberg, hoogleraar institutionele zorg en ouderengeneeskunde aan het LUMC. “We zien de laatste jaren het aantal revalidatiehotels toenemen. Hier kunnen ouderen na een ziekenhuisopname herstellen om vervolgens zo snel en goed mogelijk naar huis te gaan.” De voordelen van zo’n hotel zijn volgens Achterberg enorm. “Door de revalidatie van ouderen te concentreren kunnen therapeuten, verpleegkundigen en artsen meer ervaring opdoen en dus betere kwaliteit leveren. Daarnaast is de omgeving aantrekkelijker dan een klassiek verpleeghuis en gaat de administratieve afhandeling makkelijker als er meer mensen op één locatie worden behandeld.” Niet voor niets zullen meer organisaties hun revalidatie verplaatsen naar dit soort settings, verwacht Achterberg. “Er zijn nog wel uitdagingen. De gastvrijheidgedachte, waarbij de gast verwennen centraal staat, kan immers botsen met de therapeutische gedachte, waarbij een snelle terugkeer naar huis vooropstaat.”

Terug naar Boom. Wat zijn zijn vooruitzichten? “Ik verwacht over twee weken naar huis te kunnen. Ondanks deze fijne plek, waar mijn vrouw ook mag verblijven, ben ik daar natuurlijk heel blij mee. Voortaan kijk ik wel drie keer uit voordat ik de auto uitstap!”