Hervormingen en bezuinigingen moeten het zorgstelsel op lange termijn betaalbaar houden. Een van de posten waar vaak en veel op wordt bezuinigd, is voeding. Drs. Suzanne Tummers-Stienen, business consultant bij Bidvest Deli XL, ziet dit als een gemiste kans en zegt dat ziekenhuizen en zorginstellingen zich juist kunnen onderscheiden op het gebied van voeding.

In haar boek ‘Voedselbestedingen in de zorg’ heeft Tummers-Stienen de effecten onderzocht van bezuinigingen en hervormingen op budgetten voor voeding in de zorg. Gemiddeld wordt in ziekenhuizen slechts 1% van het totale budget besteed aan voeding. In de langdurige zorg, zoals in verzorgings- en verpleeghuizen, ligt dit percentage hoger, op 3%, maar in beide sectoren loopt dit aandeel terug.

„In alle zorgsectoren is de afgelopen jaren relatief steeds minder geld beschikbaar voor eten en drinken. Geld wordt vaak uitgegeven aan andere zorgonderdelen, zoals medicatie of een goede arts. Voeding wordt door veel zorgverleners als bijzaak gezien”, zegt Tummers-Stienen. Maar daar liggen juist kansen, stelt zij. „Zorgaanbieders kunnen zich op meer vlakken onderscheiden dan alleen basiszorg. De consument is bij het zoeken naar goede zorg steeds kritischer. Dankzij de toenemende marktwerking in de zorg kijkt die consument ook beter naar zaken als service én voeding.”

Volgens haar kan voeding ook helpen bij het verhogen van de kwaliteit van zorg. „Hoewel we nog te weinig weten over de precieze relatie tussen voeding en gezondheid, weten we wel dat gezonde voeding kan dienen als preventief medicijn voor sommige aandoeningen. Maar ook bij zieken en ouderen kunnen de juiste voedingsmiddelen bijdragen aan sneller herstel en een hogere kwaliteit van leven.”

Daarom is goede voeding in de zorg onmisbaar, vindt Tummers-Stienen, maar het wordt zelden volledig naar waarde geschat. „Door niet alleen te kijken naar de kosten maar vooral naar de waarde van voeding, kunnen instellingen onderscheidend worden voor de cliënt van de toekomst. Voeding moet weer terug op de kaart komen te staan!”

Tekst: Harmen Weijer